|
baneheide
de gierende najaarswind zwiept natte bladeren in mijn nek het donkere bos nabij is vandaag een magische plek
uit bomen druipen koude tranen, een lichte huivering om een mooie zomer die weer veel te snel voorbij ging
dit bos, dat plots voor heksen en spoken tot schuilplaats dient is doorgaans als een dierbare en vertrouwde vriend
duistere en onbeweeglijke gestalten duiken op uit het niets dat werkt alleen nu, de zomer is te helder, te licht, of zoiets
het toont opeens een donker, in zichzelf gekeerd gezicht aangeslagen inventariseer ik wat dit bij mij heeft aangericht
waar zijn ze gebleven, die eindeloze, zonnige dagen onvoorzien kent mijn wereld nu nevel, mist en regenvlagen
ik loop snel door en blijf hopen op een spoedig weerzien wanneer dit bos weer opgewekt zal zijn, of vrolijk, misschien
in mijn hart verlang ik naar de dag waarop onbesmuikt het vak met fijnsparren weer lekker naar badschuim ruikt
© Peter Crombach - 2009
|